Ja maar Google zegt…
Daar zit je dan op zondag met een hongerige maag uit te leggen aan een jongen die net uit de pubertijd is geschoten dat Google géén gelijk heeft. Dat vergt alle geduld die je maar kan bedenken.
Afgelopen zondag gingen de Wild mannen (mijn lief heet Wild met zijn achternaam) een dag vissen. Lief Wild, zonen Wild, broer lief Wild, zijn Wild zonen en diens Wild zonen. Het is een hele clan. Afijn, aangezien wij ondertussen ervaringsdeskundig denken te zijn als het gaat om mijn bonusjongens Wild hadden we vooraf al besloten om ’s avonds eten te bestellen.
Want als je op ze rekent eten ze niet mee. Als je er niet op rekent eten ze wel mee. Als je denkt er eten er twee mee wordt het er één en ga zo maar door, Dus alle voorzorgsmaatregelen werden getroffen en er stond een shoarmaatje op het menu. En dat was maar goed ook want de eerste Wild bonuskindman meldde zich ziek en de tweede at inderdaad uiteindelijk niet mee.
Na zo’n dag vissen was lief hongerig en ik lustte ook wel wat dus al om half vijf gingen we in eten-bestel-modus met het vooruitzicht dat het er met een uurtje zou zijn. Het erge is dat de vet-tent op 500 meter van ons huis af is maar niemand had zin om te lopen / fietsen of de auto te pakken.
Iets over half zes gaat mijn telefoon. Je schrikt je te pletter want er is geen mens meer op aarde die nog belt dus ik nam aan en zei: ‘Ja?’
‘Ja hallo, ik heb een bestelling maar ik sta nu bij nummer 13 en ik weet niet waar jullie huis is want Google zegt dat ik hier moet zijn.’
‘Ja, dat gebeurd vaker maar wij wonen op nummer 21 en je bent vlakbij. Het is een foutje in Google. Onze straat loopt in een U-vorm en waar wij wonen is de underscore van de straat waardoor het een vierkant is.’
‘Ja maar Google zegt dat ik hier moet zijn.’
‘Ja lieverd maar Google heeft geen gelijk.’ En dan moet je met een hongerige maag geduld hebben en liefdevol uitleggen waar ‘ie wel moet zijn terwijl bezorgjongetje jou in twijfel trekt omdat Google iets anders zegt. Dat is voor iemand als ik tenenkrommend. Maar met alles wat ik in me heb vertelde ik tegen hem dat ie gewoon een rondje moest fietsen en dan zou hij er vanzelf komen. Ik stond voor het raam dus ik zou hem zien als ‘ie de straat in kwam. Ik zei nog: ‘Er staat iemand bij ons de auto te wassen dus daar moet je zijn.’ En hij had ons eten dus het eigenbelang dat hij ons huis zou vinden was groot.
En jawel, na traag kruipende seconden kwam ons bezorgjongetje de hoek om. De laatste puistjes nog om zijn neusje. Aan de deur moest hij toch nog een keer benoemen dat Google echt wat anders zei maar wij wilde gewoon eten dus nu mondje dicht met je Google en pak je leermoment.
Onze minischotel had nog nooit zo lekker gesmaakt 🙂
