Havezaete Loowaerd
Havezaete Loowaerd
Daar waar de weg doodloopt
Begint een uitgestrekt land
Parmantig, gracieus, bescheiden
Tussen aarde en water
Nederrijn en Loowaard
Zichtbaar
Van ver of dichtbij
De zon op haar bol
Regen die tegen haar aan klettert
Daar staat ze
de Havezaete
De seizoenen deren haar niet
Huis geƫerbiedigd door haar bewoners
Muren beschadigd door de tijd
Ze kan alles aan
Ze buigt nergens voor
Ondanks haar leeftijd zucht ze niet, ze ademt
In en uit
Rustig
In het ritme wat van haar gevraagd wordt
Het water stijgt, het water daalt
Het land leeft, de rivier stroomt
Bewonderd, geschilderd, gefotografeerd
Bezocht, getekend, vastgelegd
Omdat ze zo bijzonder is
