Zonder titel
Een column zonder titel. Een vrouw zonder naam. Want als je geen kinderen hebt gebaard draag je niet de titel; moeder. Erica zei ooit: “Wij, jij en ik, zijn kinderloze moeders.” Zo gaf ze ons vrouwen een naam maar daarmee hebben we nog geen gezicht.
Het duurde even voordat ik de moed kon verzamelen om deze column te schrijven. De aanleiding vond een tijdje geleden plaats. In de herfstvakantie. Afgelopen oktober. Ik had gezien dat bij de slager in ons dorp gehaktballen in de aanbieding waren.
‘Goedemorgen.’
‘Goedemorgen, kan ik u helpen?’
‘Jazeker kan dat!, mag ik twee keer vier gebraden gehaktballen alstublieft?’
‘Anders nog iets?’
‘Nee, deze week niet, volgende keer weer.’
‘Als de kinderen weer naar school zijn zeker, zo in de vakantie is het altijd anders hè mevrouw?’
En uit het niets stond ik aan de grond genageld. Totaal onverwacht. De tranen wilde in mijn ogen schieten en tegelijkertijd bleef ik stoïcijns staan om met droge ogen af te rekenen. Eenmaal buiten pakte ik mijn telefoon om in een reflex Erika te bellen of te appen, ik wist het zelf niet. Maar ik was teveel in de war om tot actie over te gaan. ‘Wat gebeurde hier nou?’, dacht ik bij mezelf. Waarom raakt me dit zo?
Ik heb nooit kinderen gewild maar de gevolgen daarvan zijn emotioneel soms niet te dragen en erg pijnlijk. En dát kan ik alleen delen met kinderloze moeders en dát gevoel heeft niks te maken met wel of geen moeder zijn of willen zijn. En er is een ander probleem:
Ik wil oma worden!
Het is een onbestemd verlangen wat zich vast heeft gebeten in mijn ziel. Oma worden. Als ik eraan denk dan vult mijn hart zich met een eindeloos gevoel van liefde. Maar ja, zonder kinderen wordt het lastig. Maar niet onmogelijk. Ik laat dit gevoel gewoon voor wat het is en ik vertrouw op de tijd.
Uiteraard zijn er allerlei initiatieven te vinden op internet om oma te worden maar ik wil hier niet pragmatisch mee omgaan. dat voelt niet goed. En ik wil ook geen veredelde oppas zijn of worden. Nee, ik wil echt oma zijn.
En zo belde en appte ik Erika niet. Aten we gehaktballen. Deed ik stoer over het slagersincident. Las ik het boekje: ‘De dansende grootmoeders’ van Clarissa Pinkola Estés en schrijf ik deze column.
En vertrouw ik op de tijd.
